Β·
diffuse aandoeningen van de dunne darm (coeliakie, tropische spruw, ziekte van Whipple)
Β·
ziekte van Crohn (terminaal ileum of uitgebreid dunnedarmsegment)
Β·
lactasedeficiΓ«ntie
Β·
pancreasinsufficientie (chronische pancreatitis, CF, pancreaskopcarcinoom) of status na (partiΓ«le) pancreasresectie
Β·
parasitaire infecties zoals giardiasis
Β·
bacteriΓ«le overgroei op basis van motiliteitsstoornissen
Β·
te lage concentratie van geconjugeerde galzouten in het duodenum (galstase, onderbroken enterohepatische kringloop, bacteriΓ«le overgroei)
Β·
na maagresectie
Β·
grote dunnedarmresectie
Β·
stralingsenteropathie na abdominale of pelviene radiotherapie
Β·
na gebruik van sommige geneesmiddelen, zoals colestyramine
Β·
intestinale lymfangiΓ«ctasieΓ«n (bijv. door infiltratie van mesenteriale lymfklieren door ontstekings- of tumorcellen)
Β·
inactivatie van pancreasenzymen bij te lage pH in het duodenum bij het syndroom van Zollinger-Ellison (gastrinoom)
Β·
sterk versnelde darmpassage bij carcinoΓ―d
Β·
sterk versnelde darmpassage door hoge dosis laxantia